Werkgever versobert pensioenregelingDe Rechtbank Noord Nederland geeft werkgever in zaaknummer ECLI:NL:RBNNE:2021:806 [1] gelijk, zodat de pensioenregeling versoberd mag worden.

De Ondernemingsraad heeft ingestemd, maar zowel de OR als de (advocaat van de) werknemer hadden hier volgens ons meer uit kunnen halen voor de gedupeerde werknemer(s).

 

De wijziging

Vanwege de toegenomen kosten van 35% om het oude pensioenniveau te behouden, versobert de werkgever de middelloonregeling tot een niveau waardoor de werkgever 50% van de hogere premie extra gaat betalen.

 

Is de wijziging toegestaan?

In zo goed als alle pensioenregelingen is vastgelegd -en dus overeengekomen met de werknemers- dat het de werkgever is toegestaan om de pensioenregeling te veranderen, dus per saldo de pensioenaanspraken te verlagen, als de financiële positie van de werkgever de uitgaven voor de pensioenregeling in ernstige financiële problemen brengt. De werkgever toont tijdens de rechtszaak aan dat de afgelopen jaren (winsten maar meer) verliezen zijn geleden.

De (advocaat van de) werknemer draagt niet de goede verweerpunten aan. Er komt nauwelijks meer uit dan de volgende punten:

  • er wordt aangegeven dat de werknemer er 0,245% op achteruitgaat;
  • uit publicaties van de werkgever blijkt dat het goed gaat
  • er wel voldoende resultaat is behaald om een ton (en dit zouden ook de extra pensioenkosten bij ongewijzigde voortzetting van de pensioenregeling zijn) aan participanten is uitgekeerd.

Blijkbaar worden deze punten niet voldoende aangezet, onderbouwd en uitgelicht.

Het geheel overziend beslist de rechter dat de wijziging is toegestaan.

 

Opmerkingen OR-Pensioenadviseurs

Een aanzienlijk beter verweer zou zijn geweest als de (advocaat van de) werknemer zou hebben aangetoond hoeveel de medewerker er in (uitgesteld salaris!) pensioen op achteruit zou zijn gegaan. Ook een punt van aandacht is dat de aangeleverde cijfers van de werkgever niet de definitieve jaarcijfers waren, maar concepten. De advocaat van de werkgever heeft waarschijnlijk met het argument dat in de pensioenregeling staat dat de werkgever de pensioenregeling mag aanpassen de rechter meegekregen. Hier had door de werknemer luid en duidelijk moeten worden gesteld dat die versobering inderdaad mag, maar alleen als de continuïteit van het bedrijf echt in gevaar komt en anders niet. Uit de uitkering van € 100.000 aan participanten blijkt dat een echte noodsituatie niet aan de orde was.

 

De Rechtbank heeft in het oordeel meegenomen, dat de OR niet over een nacht ijs is gegaan en zich heeft laten bijstaan door een pensioendeskundige. Dan blijft nog staan waarom deze adviseur geen doorrekening heeft gemaakt naar de toekomst en als dat wel is geschied, waarom de advocaat van de werknemer dit niet naar voren heeft gebracht. Dan kun je niet uitkomen op 0,245% achteruitgang.

Blijkbaar was de rechter niet bij de les en de advocaat van de werknemer ook niet, waardoor de werkgever in deze instantie heeft gewonnen. Hier moet hoger beroep worden aangetekend en betere argumenten door de werknemer worden aangedragen en die zijn voorhanden.

Het zou ons oprecht verbazen als bij een hoger beroep deze uitspraak blijft staan.

 

De Ondernemingsraad had eventueel ook akkoord kunnen gaan met een tijdelijke verlaging van de pensioenregeling onder de voorwaarde dat de oude pensioenopbouw hersteld zou worden als het resultaat van de werkgever positief is.

 

Wordt waarschijnlijk wel vervolgd.

[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:806