BudgetneutraalDoor de Wet toekomst pensioenen (Wtp) moeten alle pensioenregelingen aangepast worden. Dit betekent dat:

  • de oude pensioentoezeggingen (middelloon of eindloon) verdwijnen;
  • voortaan een voor iedereen gelijk percentage premie geldt;
  • nabestaandenpensioenen worden diensttijdonafhankelijk.

 

Verandering in pensioenen betekent ook dat dit gevolgen heeft met botsende uitgangspunten voor de OR en de werkgever.

 

Budgetneutraal: veel werkgevers willen dat de transitie geen extra kosten oplevert.

Geen achteruitgang voor medewerkers: veel ondernemingsraden (en wij adviseren dit) vinden dat werknemers niet slechter af mogen zijn.

 

Het is belangrijk te weten dat de kosten voor compensatie vaak relatief laag zijn.

 

Voorbeeld partnerpensioen

Het partnerpensioen wordt van dienstafhankelijk (formule salaris -/- franchise * door te brengen dienstjaren * percentage) veranderd in een diensttijdonafhankelijk percentage van het salaris.

De (pensioenuitvoerder van de) werkgever heeft een overzicht gemaakt van de huidige partnerpensioenen en dit uitgedrukt als percentage van het salaris van de deelnemers.

Voor alle werknemers samen is gemiddeld is 22,5% van het salaris verzekerd.

De werkgever stelt voor om 25% voor alle werknemers te verzekeren.

Gemiddeld een vooruitgang dus.

Als op individueel niveau wordt gekeken blijkt dat enkele werknemers (met lange dienstverbanden) erop achteruitgaan.

 

Instemming en medezeggenschap

Wijziging van een pensioenregeling is instemmingsplichtig (WOR Art 27 lid 1A).

Medewerkers moeten akkoord gaan met de nieuwe regeling. Dit kan bijvoorbeeld via een negatieve optie.

Als medewerkers erop achteruit gaan, is de kans klein dat ze akkoord gaan en positief blijven over de transitie.

Belangrijk voor de OR: samenwerken met de werkgever én adviseur om te zorgen dat de nieuwe regeling acceptabel is voor iedereen en dat de OR achter de nieuwe regeling staat.

 

Praktische vragen voor de OR bij budgetneutraliteit

Als de werkgever zegt dat de wijziging budgetneutraal moet plaatsvinden, kan de OR vragen:

  • Over welke periode wordt budgetneutraliteit berekend?
  • Oudere werknemers die bijna met pensioen gaan, hebben de hoogste kosten.
  • Hoeveel geld is er beschikbaar of hoeveel kost het om medewerkers volledig te compenseren?

 

Het is eerlijk en praktisch dat niemand erop achteruitgaat.

Deze aanpak vergemakkelijkt de acceptatie bij medewerkers en ondersteunt de instemming van de OR.

 

Wat als de werkgever niet wil meewerken?

Het is niet onredelijk dat de OR volledige compensatie wil.

De OR kan besluiten om niet in te stemmen.

De werkgever zal dan vervangende instemming moeten vragen (beoordeling rechter: is de OR onredelijk?).

In de praktijk hebben werkgevers bijna altijd volledige compensatie gehonoreerd als de OR deze punten goed onderbouwt.

 

Conclusie

Voor de OR geldt:

  • Budgetneutraal is niet hetzelfde als eerlijk voor medewerkers.
  • Het is verstandig om te streven naar geen achteruitgang voor werknemers.
  • Dit verhoogt de kans op instemming en tevredenheid bij medewerkers.

 

Samenwerking met werkgever en adviseur is cruciaal om de transitie soepel en correct te laten verlopen.

 

Januari 2026

 

Gerard van der Toolen OR-Pensioenadviseurs