Alle pensioenregelingen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 veranderd worden vanwege nieuwe pensioenwetgeving (Wet toekomst pensioenen of Wtp).

Veel bedrijven hebben met hun werknemers (in het verleden) een middelloonpensioen afgesproken, meestal met een voorwaardelijk indexatie. In het nieuwe pensioenstelsel is middelloon niet meer toegestaan en moet de regeling vervangen worden door een premieregeling. De middelloonregeling moet worden stopgezet, maar de opgebouwde pensioenen bij verzekeraars blijven gewoon verzekerd (daar is dus geen sprake van ‘invaren’ zoals dat wel bij pensioenfondsen geldt). Maar dit kan wel forse consequenties hebben als er geen goede afspraak is over de voorwaardelijke indexatie. Hieronder gaan wij hierop in.

Het is niet verplicht om een vorm van indexaties (toeslagen) toe te zeggen, maar toen pensioenregeling eind vorige eeuw massaal werden omgezet van eindloonregelingen naar middelloonregelingen, was het toekennen van een indexatie op de opgebouwde pensioenen wel gebruikelijk. Immers een pensioenregeling waarbij geen rekening wordt gehouden met de gevolgen van uitholling door inflatie mag je eigenlijk geen fatsoenlijke pensioenregeling noemen.

Wettelijk ambitieniveau voor toeslagen

Indien er indexaties (of toeslagen) werden toegezegd, dan moest er volgens de Pensioenwet (Art. 13) een ambitieniveau worden beschreven (bv Cao-verhogingen of prijsinflatie of een afgeleide daarvan) en ook worden vermeld welke voorwaarden hoorden bij die toeslagverlening (gebruikelijk was dat de werkgever een depot aanhield bij de pensioenuitvoerder, gefinancierd met winstdeling uit het pensioencontract). Bij de invoering van de Wtp is art. 13 in de Pensioenwet vervallen omdat er voortaan geen sprake meer is van een toeslagverlening; het pensioen kan volgend jaar gewoon hoger of lager zijn dan dit jaar (‘variabele uitkering’). Voor pensioenregelingen bij pensioenfondsen die gebruik maken van het invaren is het vervallen van art.13 logisch, maar voor verzekerde pensioenregelingen met een indexatietoezegging én waar de opgebouwde pensioenen gewoon in stand blijven, is het niet logisch.

Onvoorwaardelijk of voorwaardelijk

Indexaties komen in twee vormen voor, namelijk voorwaardelijk en onvoorwaardelijk:

  1. Bij onvoorwaardelijk indexaties zorgt de werkgever ervoor dat de afspraken altijd worden nagekomen. Dus als bijvoorbeeld is afgesproken dat voor de verhoging van de opgebouwde en ingegane pensioenen de Cao-verhogingen worden gevolgd, dan zorgt de werkgever ervoor dat de pensioenuitvoerder voldoende middelen krijgt om die afspraak ook na te komen.
  2. Bij voorwaardelijke indexaties is de toeslag afhankelijk van de middelen die vanuit de werkgever beschikbaar zijn. Het kan dus voorkomen dat er meer geld beschikbaar is dan benodigd, maar het kan ook dat er minder dan de ambitie geïndexeerd wordt of geheel niet.

Indexaties kosten geld en het is dus belangrijk dat duidelijk is vastgelegd waar de kosten om de indexaties te verzekeren vandaan komen.

Voorbeeld van een deel van de indexatieparagraaf in een pensioenovereenkomst. “De werkgever kan ieder jaar besluiten om een toeslag te verlenen op uw pensioenaanspraken of ouderdomspensioen. De financiering van de toeslagen is afhankelijk van de winstdeling die door de verzekeraar worden toegekend. Deze winstdeling wordt gestort in een depot waaruit de toeslagen betaald kunnen worden. Toeslagen worden alleen verleend als de middelen daarvoor toereikend zijn.”

Discussies

Afgelopen jaren is er al veel discussie geweest tussen werkgevers en (vertegenwoordigers van de) werknemers over het uitblijven van indexaties en het is niet lastig om te voorspellen dat er een grote kans is dat de komende jaren nog veel meer discussie zal ontstaan. Immers door het beëindigen van de oude middelloonregeling zal in veel gevallen de financieringsbron voor de indexaties (zoals in het voorbeeld hierboven beschreven) worden beëindigd en dit kan, zoals ook afgelopen jaren vaak is gebeurd, leiden tot de uitspraak: “geen nawerkend goed werkgeverschap, dus de werkgever moet  compenseren”.

Werkgever en personeelsvertegenwoordigers zullen dus moeten nagaan:

1) Is het indexatieperspectief inderdaad afgenomen?

2) Is de werkgever in het kader van (nawerkend) goed werkgeverschap verplicht om een inspanning te leveren (en zo ja, wat dan)?

3) Is de werkgever moreel verplicht om “iets” te doen? We hebben en houden immers inflatie.

Er zijn veel voorbeelden te vinden van duidelijke of minder duidelijke oordelen en wellicht helpt dit om een positie te bepalen.

Stilgestaan moet worden bij vragen als:

  • Is de financieringsbron van waaruit de indexaties gefinancierd werden uit zichzelf opgedroogd (bv “na 3 jaar negatief rendement vervalt de winstdeling voor de toekomst”) of heeft de werkgever de overeenkomst met de uitvoerder opgezegd (met als gevolg bijvoorbeeld: de pensioenuitvoerder gaf een korting op de premie maar omdat er geen premie meer wordt betaald vervalt de korting die werd gebruikt om indexaties te betalen);
  • Heeft de werkgever enige vorm van compensatie geboden?
  • Heeft de werkgever financieel voordeel behaald?
  • Is er sprake van onevenredig nadeel bij (groepen) werknemers?

Tussenconclusie: Een werkgever die “iets” aan compensatie heeft gedaan en zelf geen voordeel heeft komt beter voor de dag, ook al heeft deze de overeenkomst waarmee de financieringsbron voor de indexaties is komen te vervallen, opgezegd.

Enkele gerechtelijke uitspraken

John Crane (HR 22 September 2023, ECLI:NL:HR:2023:1291) De werkgever beëindigt de financieringsbron van waaruit de indexaties betaald werden (de pensioenovereenkomst met de uitvoerder).Er was sprake van volume/kwantumkorting en deze werd aangewend om de kosten voor de indexaties te betalen.Er was sprake van kostenbesparing voor de werkgever en er is geen compensatie aangeboden. Uitspraak: geen goed werkgeverschap.

Euronext (Den Haag, 9 Juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1077) De kosten voor de indexaties kwamen uit het beleggingsrendement van het pensioenfonds.Door lage dekkingsgraad en aanname verwaarloosbaar kleine kans dat ook in de toekomst geen sprake zou zijn van beleggingswinst om indexaties te kunnen betalen.De werkgever had geen financieel voordeel bij opzeggen contract.De werkgever had compenserende maatregelen getroffen (bedrag gestort van waaruit indexaties betaald konden worden). Uitspraak: geen sprake van schending goed werkgeverschap.

Nog een oordeel dat goed uitpakt voor de werkgever:

ADM Europoort (Rotterdam, 18 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11262) Na beëindiging contract bij verzekeraar is een nieuwe pensioenregeling ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfonds, zonder collectieve waardeoverdracht.In het oude pensioenreglement was een duidelijke voorwaardelijkheid opgenomen dat de werkgever een discretionaire bevoegdheid heeft om wel of niet te indexeren.In de jaren tot onderbrenging bij het BPF heeft de werkgever soms wel en soms niet geïndexeerd. Uitspraak: geen sprake van schending goed werkgeverschap.

En dan nog een uitspraak die nadelig uitpakt voor de werkgever

Jabil Circuit Netherlands BV (Eindhoven, 17 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4581) Werkgever beëindigt de overeenkomst met de pensioenuitvoerder omdat de kosten ca 50% van de loonsom bedragen.De financieringsbron voor de indexaties was de overrente en een storting door de werkgever.De werkgever heeft voordeel gehad en geen compensatie aangeboden. Uitspraak: schending van goed werkgeverschap.

Ook een recent beroep van de werkgever op een eenzijdige wijziging faalt.

Bouwbedrijf Oskam (Utrecht, 10 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:771) De werkgever had tot 2007 een gedispenseerde pensioenregeling bij een verzekeraar. Na beëindiging dispensatie heeft er geen collectieve waardeoverdracht plaatsgevonden. Volgens de werkgever is er een zwaarwichtig belang om beroep te doen op eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst: het belang van de deelnemers moet wijken voor het belang van de werkgever. De werkgever heeft uit concurrentieoogpunt geen onderbouwing van de financiële noodzaak tot stoppen van de indexatieregeling willen geven. Uitspraak: de werkgever heeft gehandeld in strijd met de pensioenovereenkomst.

Conclusie

Geconcludeerd mag worden dat het uitblijven van indexaties en hierdoor de uitholling van het pensioen door inflatie, ongewenst is. Dit was ook een van de redenen dat ons pensioenstelsel hervormd is.

Als er in het verleden een middelloon-pensioenregeling was afgesproken met de medewerkers, onderzoek dan of er ook in de toekomst nog voldoende middelen zijn om de gemaakte afspraken op indexatie na te komen. En als dat niet het geval is, welke (ook morele) verplichtingen zijn er dan; de contracten van middelloon moeten sowieso worden vervangen door premieregelingen. Grote kans dat hierdoor de oorspronkelijke financieringsbron van waaruit de indexaties worden betaald, komt te vervallen.

Voor de werkgever is helemaal niets doen geen optie. Een volledige compensatie is wellicht te veel gevraagd, maar in samenspraak met de ondernemingsraad moet een 'adequate' compensatie zeker worden overwogen, anders is er een grote kans dat de (ex-)werknemers via de rechter alsnog een volledige compensatie afdwingen

Rijswijk, maart 2026

Léon Zijlmans AAG van ZPA BV

Gerard van der Toolen van OR-Pensioenadviseurs