Ken ik de ander?

Doordat de mens met medemensen interacteert, en gebaren en taaluitingen uitwisselt omstaat zelfbewustzijn. Doordat iemand in staat is het gedrag van de ander te interpreteren kan hij de rol en houding van de ander overnemen.

Zinvolle (symbolische) interactie ontstaat wanneer een gebaar van actor A een bedoeling heeft die in actor B wordt opgeroepen en via diens reactie ook in A weer wordt opgeroepen, waardoor A zich niet alleen tot B maar nu ook tot zichzelf, in de rol en houding van B, moet richten. Door het kunnen aannemen van de rol en de houding van de ander kan zin, identiteit ('self') en intelligentie ('mind') ontstaan.

Dat zou een opening kunnen bieden in de huidige impasse over het spreken over de consequenties van COVID-19. Het gaat hier niet zozeer om individuele rollen en houdingen, als wel om collectieve houdingen: 'the generalized other'.

Doen we aan gaming of playing?

spelen

Je kunt een onderscheid maken tussen twee typen van sociale situaties waarbinnen mensen interacties met elkaar hebben en dus rollen en houdingen geïnternaliseerd kunnen worden: 'play' (spelen) en 'game' (spel). Bij 'play' gaat het vooral om op ongeorganiseerde wijze overnemen van rollen van vooral 'significant others’, terwijl de rollen bij 'game' aan strikte regels zijn gebonden. Het individu moet zich in belangrijke mate aanpassen aan groepsrollen. Dat zie je bij complottheorieën.

De kunst is om in ‘play’ terecht te komen. Die biedt de ruimte om je te verdiepen in de positie van de ander. Wat is  dan de kern van spelen? Er zijn onbekende en bekende spelers en geen vaste regels. Je kunt hier niet winnen want het gaat om het spelen zelf. Als we in dit kader terecht kunnen komen ontstaat ruimte voor kansen:  is er een begrenzing aan individuele vrijheid of is die verschillend voor mensen. Wat mag je in een samenleving van elkaar vragen om überhaupt te kunnen spelen (een lockdown is een game).

Nadruk op verbindingen

Gezamenlijk acties  komen voort uit zowel horizontale verbindingen van activiteiten tussen mensen als van verticale (machts) verbindingen van eigen definities van eerdere gezamenlijke activiteiten. Door de nadruk op verbindingen te leggen kunnen we weer leren spelen. Ik om weer even terug op een eerdere blog: ‘De pandemie als taalspel’.

Macht of leren?

Een taalspel ontwikkelt zich in een levensvorm, een specifieke wijze hoe mensen met elkaar om gaan. Iedere levensvorm kent een eigen vorm van rationaliteit: regels voor de omgang met mensen en voor de manier waarop over onderwerpen geredeneerd kan worden. Levensvormen komen tot uitdrukking in een taal en dus ook in de manier waarop de wereld wordt beschreven. "Je zegt dus dat overeenstemming tussen mensen bepaalt wat juist en wat onjuist is?"-Juist en onjuist is wat mensen zeggen; en in de taal stemmen mensen overeen. Dat is geen overeenstemming van meningen, maar van een levensvorm" (FO 1, §241). Het hangt dan van de levensvorm af wat als belangrijk wordt beschouwd: macht of leren.

 

Literatuur

Sinek, S. (2019). Het oneindige spel. Business Contact

Woldendorp, H., H. de Groot, T. Woldendorp en C. Boven. (2022). Zie je big picture. Transformeer succesvol! Amsterdam: SWP

Zijderveld, A.C. (1974). De relativiteit van kennis en werkelijkheid. Inleiding tot de kennissociologie. Meppel: Boom