De verschijnselen zijn soms in strijd met de waarheid; het werk is om ze tot overeenstemming te brengen met de oorzaken’ (Aristoteles)

AristotelesAristoteles (384–322 v.Chr.) was een van de invloedrijkste denkers uit de westerse geschiedenis. Hij was leerling van Plato en later leermeester van Alexander de Grote. Aristoteles stichtte in Athene zijn eigen school, het Lyceum, waar hij uitgebreid onderzoek deed.

Werkelijkheid

Zijn werk bestrijkt vrijwel alle domeinen van kennis: logica, biologie, ethiek, politiek, metafysica, retorica en poëzie. Hij ontwikkelde het eerste formele logische systeem, introduceerde een systematische manier van wetenschappelijk onderzoek en beschreef deugdethiek als een middenweg tussen extremen.

Kennis begint met observatie van de werkelijkheid. Goed handelen ontstaat uit het ontwikkelen van karakterdeugden, zoals moed, eerlijkheid en matigheid en het vinden van het gulden midden tussen extremen.

Alle verschijnselen hebben een doel of functie. Er zijn vier oorzaken:

  • materiële: materiële oorzaken verklaren waaruit iets ontstaat.
  • formele: formele oorzaken bepalen door vorm, structuur of essentie wat het ding maakt tot wat het is.
  • bewegende: een bewegende oorzaak is datgene wat een proces in gang zet: waardoor verandert of ontstaat iets.
  • finale: een finale oorzaak verklaart waarom iets uiteindelijk zo is.

Verandering vereist minstens twee oorzaken: iets dat verandert (materie) en iets dat die verandering stuurt (beweegoorzaak of vorm).

Overtuiging

Overtuiging kent drie elementen: geloofwaardigheid (ethos), emotie (pathos) en logische argumentatie (logos). Geloofwaardigheid vertaalt zich in consistent en eerlijk leiderschap. Het midden is bijvoorbeeld in de balans tussen genoeg urgentie, maar geen paniek; structuur bieden, maar niet verstikken; vrijheid geven, maar geen chaos; intensieve communicatie maar niet overdadig.

Elk ding (en elke persoon) heeft een functie en een doel. In organisaties vertaalt dit zich naar: medewerkers moeten begrijpen waarom de verandering gebeurt en duidelijkheid over hun rol in de nieuwe situatie. Duurzame verandering ontstaat door nieuw gedrag herhaald mogelijk te maken. Een gebeurtenis heeft meerdere soorten oorzaken. Succesvol veranderen vereist kijken naar structuur + cultuur + gedrag + motivatie.

Geloofwaardig

Een effectief verandertraject is gebaseerd op geloofwaardigheid en vertrouwen. Vertel een helder en menselijk verhaal: “Waarom moet dit? Waarom nu?” Maak de visie concreet: doelen, tijdlijn, scope, grenzen. Kies de juiste aanpakbalans: innovatie versus stabiliteit en controle versus autonomie. Gedrag verandert door herhaling, niet door intentie. Splits daarom gewenst gedrag op in kleine, haalbare stappen.

Literatuur

Scalvini, B. (2021). Aristotle: From Antiquity to the Modern Era . Giles
Woldendorp, H., A. Jeninga en A. Eliens. (2025). Kun je me doorverbinden met …mezelf? Een reisgids voor kinderen en volwassenen. Uitgever Virtuoos