Toenadering en afstand nemen zijn dan ook de meest fundamentele handelingen die het leven kent’ (Van den Brink, p. 178).

Moderniteit

modernWe beschouwen onszelf graag als moderne mensen. Autonoom, rationeel, zelfsturend. Maar hoe modern zijn we eigenlijk echt? De nadruk op autonomie en rationele beheersing schiet vaak juist tekort bij vragen die niet technisch oplosbaar zijn.

In tijden van maatschappelijke crises, identiteitsvragen en technologische versnelling grijpen we terug op oudere symbolen, verhalen en overtuigingen. Dat is geen toeval. Moderne waarden als menselijke waardigheid en solidariteit zijn historisch en cultureel mede gevormd door religieuze en morele tradities. Het archaïsche helpt verklaren waarom mensen handelen vanuit emoties, loyaliteit, angst en morele intuïties die zich niet volledig rationeel laten verantwoorden.

Rituelen

Zelfs in een sterk geseculariseerde cultuur als de onze blijven rituelen cruciaal. Denk aan nationale herdenkingen, stiltemomenten na rampen of sportevenementen met vaste symboliek en collectieve emoties. Ze vervullen dezelfde functies als archaïsche rituelen: gemeenschapsvorming, betekenisgeving en emotionele ordening.

Uitbreiding

De moderne mens ziet vitale expansie als bevrijding. Ziekte wordt beheersbaar, de dood uitgesteld, het lichaam geoptimaliseerd. Maar onder die vooruitgang keren oude patronen terug. De angst voor de dood verdwijnt niet.

Hetzelfde zien we bij cognitieve expansie. Onze kennis groeit explosief. De wereld lijkt steeds beter begrijpelijk en voorspelbaar. De belofte luidt dat mythen en religie overbodig zijn geworden. Maar hier ontstaat een paradox: kennis neemt toe, betekenis niet. Verklaren vervangt het verlangen naar zin niet. Waar oude mythen verdwijnen, ontstaan nieuwe, vermomd als rationaliteit en in de vorm van complotverhalen.

Ook sociaal gezien leven we in expansie. Grotere samenlevingen, mondiale netwerken en abstracte instituties verbinden ons met meer mensen dan ooit. Tegelijk ervaren we verlies van overzicht en anonimiteit. Het verlangen naar geborgenheid groeit. Het resultaat is de terugkeer van tribaal denken, scherpe wij/zij-tegenstellingen en morele loyaliteit aan de ‘eigen groep’. Oude vormen van gemeenschap en vijandschap keren terug binnen moderne, grootschalige systemen.

Cultureel lijkt alles vloeibaar. Keuzevrijheid, pluraliteit en zelfconstructie van identiteit worden gepresenteerd als ultieme vrijheid. Maar die vrijheid roept spanning op: keuzestress, identiteitsangst en een diep verlangen naar vaste betekenis.

Toen

In het ontwikkelingsmodel van Wilber staat de archaïsche fase helemaal aan het begin. Ze komt vóór magische, mythische en rationele stadia. Archaïsche samenlevingen kenmerken zich onder meer door overlevingsgericht en weinig tot geen reflectief zelfbewustzijn. Latere stadia overstijgen eerdere stadia, maar sluiten ze niet uit. Archaïsche lagen verdwijnen dus niet. Ze blijven aanwezig als fundament onder latere vormen van bewustzijn.

Literatuur

Brink, van den, G. (2025). De actualiteit van het arhcaïsche. Tegen de moedeloosheid van de moderne tijd. Prometheus
Wilber, K. (1996). A theory of everything. Shambala Publications
Woldendorp, H., A. Jeninga en A. Eliens. (2025). Kun je me doorverbinden met …mezelf? Een reisgids voor kinderen en volwassenen. Uitgever Virtuoos